Zaterdag 6 april togen twaalf Rode Wiefkes naar het Ot en Sien museum in Surhuisterveen. De tijd werd 100 jaar teruggezet; de tijd van Ot en Sien. We konden gelijk gaan zitten aan de tafels met Perzische tafelkleedjes, met doorzichtig plasticje erop… ja, zo hadden we dat vroeger thuis ook. De koffie, thee en oranjekoek werd gebracht en we hadden ruim de tijd om bij te kletsen. Het gesprek kwam op onze lieve viervoeters: hoe hou je ze van de bank als je even weg bent? Dé uitvinding blijkt een matje met sensor te zijn, die piept als je ‘loedertje’ erop springt (www. huisdiervrijezone.nl)!

 de organisatie!

Inmiddels schuift een gezinnetje aan in de gezellige koffieruimte en eigenaresse Johanna Pitstra vertelt......

over Cornelis Jetses de tekenaar van Ot en Sien. Cornelis Jetses (1873-1955) geboren in Groningen, valt op jonge leeftijd al op door z’n tekentalent. Hij gaat naar kunstacademie Minerva en leert het vak van lithograaf. Hij wordt gevraagd om schoolplaten te tekenen, om vanuit de beleving van een kind het boerenleven te onderwijzen. Zijn dochter Everdiena staat model voor Sien en zijn buurjongetje Ot. Cornelis Jetses maakt in totaal 22 schoolplaten, met het boerenleven een half jaar rond en beroepen. Daarnaast geïllustreerd hij de kinderbijbel van Anne de Vries, Nienke van Hichtums boek Aafkes Tiental en veel schoolboekjes. In het museum zijn al zijn schoolplaten en boekjes te bekijken.

 

We worden losgelaten om vrij rond te kijken. Het aardige aan dit museum is dat je bijna alles (voorzichtig) kan aanraken, niks geen vitrines, gewoon met je neus in de keuken en bedstee snuffelen. En wat kom je dan veel tegen!


 

 

De nette opkamer, de kapel, een zaal met oud Hollandse spelletjes, de dokterspraktijk met enge externe en interne gereedschappen. Aletta Jacobs kijkt ons vanaf de muur scherp aan..brrrr

 

 

 

onze moeders welbekende inleglappen met knoopjes....

In het schooltje gaan we netjes in de banken zitten, we vragen een vriendelijke bezoekster of ze ons even op de foto wilt zetten. Dat doet ze gewillig, maar als we vragen of ze nog even vanuit die hoek, vanaf die kant enzovoort wilt knippen, blijkt ze een Canadese dame te zijn die alleen snapte dat we op de foto wilden. Het kwam helemaal goed, waarbij we nog een keer moesten om onze lieve Pinky er ook op te hebben.

 

Vroeger leek men op foto's altijd heel boos te kijken.

Pinky was zoek. Ze werd streng toegesproken en toen volgde er een tweede fotosessie

Tja, het werd een nostalgische terugblik vol herkenningspunten uit het verleden. De winkel van Sinkel, de bibliotheek, schaalmodellen van machines, uit keramiek en een arbeidershuisje, waar je misschien wel met minstens 10 familieleden moest wonen. De kleding was schaars: je lange onderbroek kon je 2 weken dragen. Op zaterdagavond gingen eerst de meiden in bad, dan ma, dan pa, dan de jongens. Ma deed wat Boldoot in het kruis van je onderbroek en hij kon nog een week aan. Je wist wel wat de voorkant was: bruin achter, geel voor. Lady Benita vertelde dat haar tante nog grote onderbroeken droeg, als ze er logeerde hingen haar stringetjes ernaast aan de waslijn te wapperen.

 

Na al dat moois werden we de grote huifkar in gehesen.

We reden al wuivend door De Kolk en door het ontluikende buitengebied. Al zingend “’k Heb m’n wagen volgeladen” en “Daar liep een oude vrouw op straat, jutekei -sa-sa, en waar die oude vrouw ook liep, vergat ze haar rode mutsje niet!”.

Het organiserend comité, Lady Jacoba en Lady Benita verzorgden ons uitstekend met allerlei lekkers. Gelukkig werd de huifkar door een trekker getrokken! Weer terug bij het museum, gingen we naar de tweede verdieping, waar we nog al keuvelend borrelden. Onze Queen en Lucky Lady speelden een spannend partijtje dammen, er volgende wetenswaardigheidjes over Hema rookworsten die thuis echt minder lekker smaken dan op straat, gevaarlijke inktsloten en zondagochtend rituelen.

 

Het was een gemoedelijk uitje, dankjewel Lady Jacoba en Lady Benita voor de organisatie!